Lennart Hofman, correspondent vergeten oorlogen, vertelt ons over zijn werk en levensomstandigheden in oorlogsgebieden. Daarnaast doet hij ook een boekje open over misstanden in de journalistiek en waarom de oorlogsjournalist een bedreigd diersoort wordt. In de tweede deel van het interview vertelt Lennart over hoe de samenwerking met Anreas Stahl is ontstaan en wat de grootste uitdagingen zijn in de oorlogsgebieden.

N20 – Over die fotograaf, Andreas Stahl, hoe is die samenwerking ontstaan?

Lennart – De eerste keer was ik met een Nederlandse fotograaf naar Syrië. Die wou maar een keer mee en ging daarna terug naar Nederland. We begonnen allebei net en hadden niet veel geld. Ik had een fixer geregeld die ons over de grens kon smokkelen. Alleen die vroeg ongeveer zevenhonderd euro hiervoor. We hadden nog geen verhalen verkocht en dan is het best veel geld, dus hier waren we over aan het twijfelen. Toen kwamen we twee andere jongens tegen van mijn leeftijd. Een Amerikaanse journalist en een Zweedse fotograaf, Andreas dus. Die waren het zelfde als ons aan het doen maar zij hadden nog geen contact om de grens over te gaan en probeerden dat ter plekke te regelen. Ik dacht, we vragen of ze meegaan en dan delen we de kosten. Dat gingen we doen en dat ging goed. Vervolgens ging ik terug naar Noord- Irak. Andreas ging met die amerikaan terug naar Syrië. Zij gingen dus wel meteen terug de volgende dag. Ik had met mezelf afgesproken dat ik niet meteen terug ging. Daarnaast zou ik dan niet mijn verhaal kunnen verkopen. Zij kwamen daar onder vuur te liggen en de amerikaan is toen neergeschoten. Door zijn voet dan en moest toen eruit. Zij hebben daarna twee maanden niets gedaan en toen belde ze mij. Ze hadden één stukje verkocht aan Noorwegen voor drieduizend euro en daarmee nog aardig de kosten eruit gehaald. Ik heb in die zelfde periode full time time gewerkt voor ongeveer zeshonderd euro per maand. Maar goed, ze hadden het zowel fysiek als financieel overleefd, net. En ik ook, net. Toen wilden we weer terug naar Syrië. Die amerikaan is inmiddels verliefd geworden op een Syrische meisje. Hij ging ook met haar trouwen en hierdoor kwam die fotograaf zonder journalist te zitten. Ik had een fotograaf nodig en het klikte ook tussen ons, dus het kwam allemaal best wel goed uit. Nu werken we ruim twee jaar samen en dat gaat prima.

N20 – Hij is je vaste fotograaf geworden?

Lennart – Ja, hij zegt altijd dat ik zijn vaste journalist ben.

N20 – Als geintje, of schuilt er meer achter?

Lennart – Meer het idee alsof foto’s minderwaardig zijn aan de tekst. Dat is het natuurlijk niet. Opzich, ik geef hem deels wel gelijk. We gaan sowieso samen en die plekkenbereiken en de contacten leggen is het grootste werk. Dat doen we allemaal samen. Alleen aan het einde is het anders. Hij gaat zijn foto’s doorlopen en ik schrijf de tekst op. Dat is het verschil. We werken wel samen, en naast het verhaal staan de foto’s.

N20 – Jullie maken in die gebieden ook persoonlijke dingen mee, zoals die journalist die verliefd wordt op een Syriër, die niet in de artikelen komen. Hoe verhoudt dat zich, jouw persoonlijke beleving en je journalistiek?

Lennart – Die verschil valt wel mee. Je moet wel oppassen dat je er geen dingen aan overhoudt, zoals een trauma. Bijvoorbeeld in gebieden met luchtaanvallen bestaat er de angst voor dat wat er aankomt. Dat moment is natuurlijk heel groot, want je hebt er geen enkele grip op, maar het gaat in je lichaam zitten. Dus als ik dan in Nederland ben en er komt een vliegtuig aan, dan weet ik wel dat die me niet gaat bombarderen, maar mijn lichaam gaat dan wel reageren door adrenaline aan te maken, weg te willen of in ieder geval iets te doen. Ook al weet je dat het niet gebeurt, toch word je zwak. Daar had ik wel last van in het begin. Ik voelde de misselijkheid en de zwakte opkomen. Later kreeg ik door dat er dan een vliegtuig aankomt en toen besefte ik dat die reactie niet echt een goed teken is. Marja, je moet er veel over praten met mensen en dat heb ik ook wel gedaan. Ik heb niet zulke erge dingen meegemaakt. Maar het is niet normaal dat je door het geluid van een vliegtuig helemaal in de stress schiet. Ik weet ook wel dat het je er eigenlijk helemaal geen vat op hebt.

N20 – Het wordt een reflex.

Lennart – Het wordt een overlevingsinstinct, wat je wel af kan leren, het schijnt ook door te praten. Ik woonde toen in een bos en had een vriendin die geen enkele interesse had in oorlog, maar wel in door het bos lopen. Zij liep ook continue te klagen over haar problemen, dus zo konden we het aangename met het onaangename combineren. Allebei klagen, en allebei door het bos lopen. Maar ik had ook vrienden die wel in oorlog geïnteresseerd waren. Het is ook een interessant onderwerp om over te discussiëren, maar daarnaast is het gezellig om af en toe met wat mensen door een bos te lopen ouwehoeren. En het is ook goed, want op een gegeven moment ging het weg. Ik heb er nooit meer last van.

N20 – Het komt op een gegeven moment in je zitten en dat moet inderdaad over gaan.

Lennart – Je moet het niet onderschatten en denken dat het niet uitmaakt, maar voor het zelfde geld komt het op een dag terug. Als je bijvoorbeeld kinderen krijgt en dan zie je al die beelden. Al die kinderen in die kampen terug. Ja, dan heb je een probleem. Ik hoor nog wel eens van mensen die in de vijftig zijn dat ze nooit last hadden van iets en op hun vijftigste ineens met hartklachten, stress en dergelijken te maken kregen.

N20 – Eigenlijk bevind je je in twee werkelijkheden. Eentje is het burger leven in Nederland en de andere is in oorlogsgebieden over de wereld. Hoe is het om in en uit te lopen tussen de twee?

Lennart – Je moet het gewoon doen, er is vrijwel geen andere optie. Je bent soms in de oorlog en soms in het normale leven. Dat is af en toe een beetje raar. Bijna altijd denk je wel ergens aan, al is het aan die mensen in die kampen. Niet dat je er helemaal depressief van wordt, maar je denkt er altijd wel aan.

N20 – Je bent onlangs terug gekomen uit Syrië. Hoe is je alledaagse leven hier?

Lennart – Normaal als je terug komt ga je zo snel mogelijk je informatie uitwerken. Want als het nog vers is kan je het makkelijk verkopen. Dat had je nu ook, het was bijna kerst, Dus voor de kerst moest je het allemaal af hebben, want daarna zeggen ze: “Sorry, het is allemaal oud. Nu hoeft het niet meer.” Dus je moet gewoon doorwerken. Dat is ook wel een probleem want je komt net terug uit een oorlogsgebied en je hebt geen tijd om eventjes bij te komen. Je moet meteen door. Dat is wel een beetje moeilijk, gewoon irritant. Vorige keer was het bijna zomer vakantie en dan moet je daarvoor alles hebben afgeleverd, want die redacteuren gaan weg. Dan heb je al je informatie voor niets. Voor de rest is het in Nederland zo snel mogelijk je stukken schrijven en bedenken waar je de volgende keer naar toe gaat.

N20 – Hoe lang blijf je meestal in zo een gebied?

Lennart – We proberen meestal een maand. Het ligt eraan, in een oorlogsgebied kan je vaak ook niet heel lang blijven.

N20 – Is dat ook tijd genoeg om een goed beeld te kunnen vormen?

Lennart – Daarop moet je je verhaal uitkiezen. Als je de gehele Syrische samenleving wil doorgronden en kijken hoe de stemming er is, dat kan je dat natuurlijk niet doen in een week. Maar dat is ook niet de taak van de journalist. Dat is de taak van een antropoloog of een onderzoeker. Als een journalist moet je zorgen dat je bepaalde mensen spreekt en hun meningen goed, duidelijk en helder krijgt. Die weeg je vervolgens af om een verhaal van te maken. Dat is je taak als journalist. Het is ook niet voor ieder verhaal nodig dat je een jaar in het veld moet blijven. Je kunt meestal erin en eruit, drie of vier dagen en dan komen er weer gijzelaars achter je aan.

N20 – Want hoe is het even in dat gebied voor jou als journalist?

Lennart – Het ligt er heel erg aan waar je komt, maar meestal word je opgevangen door een groepje rebbelen. Dat is de veiligste manier om rond te reizen. Die hebben wapens en zij weten wat ze moeten doen om niet gepakt te worden door de overheid. Maar daar zijn vaak ook spionnen in dorpen, die staan onder druk en gaan dan aan het leger melden dat ze een blanke hebben gezien. Daarmee breng je die mensen in gevaar. Dus hoe langer je ergens blijft, hoe gevaarlijker het is voor die mensen. Het is zo raar als je om gaat met die rebellen, dan word je naar een safe house gebracht. Dat is een plek waar ze journalisten naar toe brengen of andere mensen die onderduiken. Dat kan in de jungle zijn, een huisje van iemand of een hotel. Daar wacht je dan en dan komen ze langs. Soms, in oorlogsgebieden, als je ver van het front bent kan je gewoon vrij rondlopen en een taxi pakken om naar een vluchtelingen kamp te gaan bijvoorbeeld. Je kan gewoon de stad in en rond wandelen en je hebt ook steden natuurlijk, daar kan je vrij doorheen lopen.

N20 – Dus je kan zelf het programma opstellen?

Lennart – In de grote steden ben ik meestal zonder fixer. In Noord-Irak kan je iedereen bellen die je wil. Daar ga je gewoon met mensen afspreken. Alleen voor echt materiaal uit het veld, dus de echte oorlog zoals mensen in kapot geschoten dorpen, dat zijn de momenten wanneer je een fixer nodig hebt. Maar daarbuiten ben je vrij.

N20 – Hoe zit het met taal?

Lennart – Steeds meer mensen kunnen tegenwoordig Engels, dat scheelt. Maar ja, dan krijg je maar een bepaald beeld want het zijn wel opgeleide mensen daar die Engels kunnen. Meestal hebben we vertalers. Dat is vaak gewoon iemand die Engels kan, maar je moet ze wel goed uitzoeken van welke stam ze zijn, welke achtergrond ze hebben, om zeker te weten dat ze goed vertalen. Maar dat is meestal niet zo een probleem.

N20 – Hoe is het culinair?

Lennart – Dat is echt verschrikkelijk. Broodje koude patat. Het eten is echt slecht. dus daarom wil ook niet lang meer doorgaan. Want je zit op de goedkoopste gore hotel kamers. Het stinkt, er zijn kakkerlakken en je eet verschrikkelijk slecht. Als ontbijt eet je wel eens gewoon broodje patat. In Irak. Koude patat. Met falafel in het koude vet. Dat word je ook zat want je komt terug en je bent helemaal gaar, je voelt je gewoon ongezond. Dat hebben ook andere journalisten. Dat ze ermee opgehouden zijn omdat het gewoon ongezond is. Je eet ongezond en je zit maar in die kamertjes. Ik kan nooit sporten, ik kan nooit even de natuur in om een mooie wandeling te maken. Het is ook vaak regenachtig. Je zit maar in je hotelkamer of op straat en er zijn heel veel auto’s in het Midden-Oosten. Overal waar je komt rijden er auto’s rond. Over de straat lopen is best wel leuk en ik doe het ook heel vaak, maar dan loop ik de hele dag tussen het verkeer rond. Je kan ook naar een hele grote shopping mall toe en daar zitten mensen de hele dag waterpijp te roken. Dan zit je daar hele de dag veel te zoete thee te drinken en ook waterpijp te roken. Dat is best wel gezellig maar na een maand heb je het ook gehad en wil je echt een sinaasappel. Het is ook dat ik daar niet woon. Ik ga steeds van de ene plek naar de andere en dan heb je geen eigen plek. Als je wil ontbijten heb je geen eigen keuken en er is niet echt beleg. Ik weet niet waarom, maar in Irak doen ze niet echt aan ontbijten. Dus dan eten we gewoon broodjes patat en koude hamburgers. Dat speelt allemaal in mee waarom ik denk dat ik dit niet mijn leven lang ga doen.

N20 – Als je meer geld ter beschikking hebt, kan je dan wel bij betere hotel en restaurants terecht?

Lennart – Je kan wel iets beter eten, maar dan zit je in luxe restaurant. Dan is de overgang te groot naar het werkveld.

N20 – Want dan onderscheid je je eigenlijk?

Lennart – Ik zit met het gore eten, maar daarna ben ik buiten en dan ben ik blij dat ik buiten ben. Je kan dan op zoek. Maar als je in een luxe hotel zit dan kom je daar moeilijk uit. Dan kom je in een soort bubbel van luxe hotels en luxe plekken, dat is niet goed voor de verhalen uiteindelijk. Ik zit zo wel in die theehuizen en heb dan veel contact met de mensen. Dat is wel een erg groot voordeel.

N20 – Je zit vast aan het cultuur en het dieet van de mensen daar.

Lennart – Dat is wel iets wat echt meespeelt daar. Ook in Soedan waar we een reis hebben gemaakt, staan ze niet echt bekend om hun goede keuken. Ze hadden nog wel hele goede net gebrande koffie, maar het eten. Hersens en maag. Best wel de dingen die je hier niet graag eet. Je werd er niet ziek van, maar ik at het met in mijn hoofd als reden dat ik wel moet want anders val ik om. Dus daar zat je echte hersens en zulke stukken hart te eten. Op sommige dingen moest je een kwartier kauwen en dan spuugde je het weer maar uit in de hoop dat je alsnog maar wat er uitgehaald hebt. Ik ben toen in een week of twee tien kilo afgevallen, wel speelden daar ook vochtverlies en stress in mee.

N20 – De andere onderdelen van de culturen waar je in terecht komt zoals de gewoontes. Hoe gaat dat?

Lennart – Dat gaat goed, soepel. Heb echt meer problemen met de eetcultuur dan met de gewone cultuur, de omgangsvorm. De meeste mensen zijn gewoon blij dat je er bent omdat je een verhaal komt maken. Ze zijn vaak gewoon aardig. Je komt aan en je wordt altijd uitgenodigd en kan overal wel blijven slapen. Mensen vinden het vaak leuk om eens iets te zien uit een ander land. Ik kom ook vaak in gebieden waar niet zo veel toeristen komen natuurlijk. dus dat gaat soepel. Als je iemand om hulpt vraagt, dan rollen ze vaak direct de rooie lopers uit. Iets anders is wel als je de fout maakt dat je de verkeerde persoon aanspreekt. Het went wel snel, maar je moet een beetje tactisch zijn. Als je bijvoorbeeld een kamer binnen komt en je ziet allemaal mannen zitten waarvan je weet niet wie de leider is, dan moet je gewoon naar de oudste. Die stuurt je dan wel naar de leider toe. Die ziet op zijn beurt dan wel dat je naar de verkeerde bent gegaan, maar wel naar de oudste ging. Zo een oudste heeft vaak ook een bepaalde positie in de groep. Je moet je ook altijd voorstellen, altijd een visitekaartje bij je hebben. Die geef je dan en dat is ook een teken van respect. In Nederland hechten we er niet zo veel waarde aan, maar in zo een land wordt dat wel gewaardeerd Zij vinden het vaak ook heel mooi, die kaartjes. Dat is ook een moment van rust is en dat het duidelijk is dat we nu gaan beginnen. Vaak moet ik ook speeches geven. Ik leg dan even uit wie ik ben en dat doe ik dan wel iets grootser dan wat wij in Nederland gewend zijn. In Nederland zou ik gewoon mijn naam zeggen, maar daar moet je echt zeggen: “Ik kom hier voor de mensen in mijn land, ik ga ze uitleggen wat er met jullie volk aan de hand is.” Dat waarderen ze heel erg, dat je gewoon de moeite neemt om van helemaal de andere kant van de wereld naar hun toe te komt om te luisteren naar hun verhaal. In die culturen is het vaak zo dat je welkom wordt geheten door de hele gemeenschap. Soms is het echt supermassaal. Ik heb wel eens in West-Papoea gehad dat een gigantische dans werd opgevoerd met een heleboel mensen, helemaal beschilderd, met pijl en boog in de hand en trommels als begeleiding. Gewoon een uur lang dansen voor ons. Vervolgens moesten we iedereen nog een hand geven, het was een super grote optocht. In Soedan kom je ergens en dan zitten ze klaar en er wordt wel verwacht dat je een speech gaat houden. Nederland kennen ze soms niet zo goed, maar als je Arjan Robben of Robin van Persie noemt, weten ze het allemaal. Dat voetbal helpt een hele hoop. Sinds het WK is het ook makkelijker voor mij, iedereen weet dat Nederland derde is geworden.

N20 – Zijn er ook culturele verschillen waar je als blanke Nederlander niet doorheen kan komen?

Lennart – Ik heb wel eens in Burma iets gehad, maar dat was volgens mij gewoon persoonlijk. In Azië heb je soms dat je mensen beleidigt op een manier wat je als Nederlander niet doorhebt. Nederlanders zijn heel direct, je kan gewoon tegen iemand zeggen: “Kan je niet even opschieten.” Daar heb je dan echt ruzie, maar dat laten ze niet merken. Ze nemen vervolgens gewoon hun telefoon niet meer op. Dat is ook bij ons gebeurd. Iemand zei tegen ons: “Morgen om negen uur komen we jullie ophalen.” Om tien uur stond er een gast voor de deur. Ik dacht al, nou lekker laat, maar we gingen mee. Die jongen met wie we de afspraak hadden gemaakt was er niet bij. Ik vond het al raar maar ik dacht best, hij was van het leger. Toen bleek gewoon dat de man die ons had opgehaald via een ander persoon was gegaan. En de jongen met wie we een afspraak hadden is er gewoon van uitgegaan dat we hem zijn gepasseerd, ik wist dat helemaal niet. Die jonge was zo boos geworden dat hij allemaal verhalen vertelde over ons die niet klopten en nam zijn telefoon niet meer op. Daar hadden we een heel groot probleem. We zatten ergens in een hotel, konden daar onmogelijk weg want we mochten de straat niet op. Dat was gevaarlijk, want er waren Chineese spionnen ofzo. Toen hebben we drie dagen lang daar gezet. Op een geven moment dacht ik, dit is echt bizar. Die jongen neemt zijn telefoon niet op. Ik had een sms gestuurd dat dit een misverstand is en had het al door dat die jonge zich gepasseerd voelde, maar het was gewoon te laat. Toen hebben we allemaal mensen gebeld en uiteindelijk heeft iemand op hem ingepraat. Wij konden niets doen, we werden gewoon opgehaald door iemand en we hadden ook een afspraak om die tijd, dus hoe konden we het weten. In Nederland kan je gewoon zeggen dat het een misverstand is. Maar hij voelde zich aangevallen, dat was echt vanuit het cultuur. Toen voelde ik echt: Jezus, dit is echt een andere cultuur. Natuurlijk hebben zijn er altijd wat dingen die anders zijn, maar verder hebben we daar nog nooit nadeel van gehad.

Einde Deel II

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *