Lennart Hofman, correspondent vergeten oorlogen, vertelt ons over zijn werk en levensomstandigheden in oorlogsgebieden. Daarnaast doet hij ook een boekje open over misstanden in de journalistiek en waarom de oorlogsjournalist een bedreigd diersoort wordt. In de eerste deel van de interview komen we achter wat de achtergrond van Lennart is, hoe hij oorlogscorrespondent is geworden en hoe hij te werk gaat in de gebieden waar zijn stukken hun oorsprong vinden. De volgende twee delen verschijnt later deze week.

N20 – Lennart, hoe lang ben je al bezig als journalist en wat is je achtergrond?

Lennart – Ik heb een bachelor in antropologie en in religiestudies, een master in religiestudies, mystiek en westerse esoterie en een master in islam in de moderne wereld. Hiernaast heb ik een post doctoraal opleiding journalistiek gevolgd, dat duurde een half jaar en werd opgevolgd door een stage bij de Geassocieerde Persdiensten (GPD). Daarvoor doorliep ik ook een stage bij Free Press Unlimited waarvoor ik naar Noord-Irak ben gegaan. Dus toen ik klaar was, wist ik iets van de islam en iets van antropologie, hoe mensen samenleven. Ik wist ook hoe je die stukjes in elkaar flanst. Dat heb ik bij mijn latere opleiding geleerd. Na dit alles was ik weer naar Noord-Irak gegaan, want daar had ik contacten en het was een interessant gebied door de oorlog met Syrië. Irak is eigenlijk altijd interessant, want er is altijd veel conflict. Dus daar zag ik kans om te beginnen als journalist, Want het is niet makkelijk om in dit vak te beginnen. Ik ben journalist geworden om verhalen te maken die ik belangrijk vind, dus niet die grappige stukjes in de zijlijn maar voor de inhoudelijke dingen. Om duidelijk te maken aan de wereld dat dit soort dingen niet goed zijn en dat dit een probleem is waar we vanaf moeten weten. Dus toen kwam Syrië en daar waren geen journalisten. Ik kan natuurlijk wachten tot ik meer ervaring heb of er gewoon meteen heen gaan. Waarom zou ik nog wachten. Ik was ook niet meer super jong, achtentwintig. Het zou ook niet de eerste keer zijn dat ik naar Noord-Irak ging, dus onervaren was ik niet echt. Ik heb me verdiept, met mensen gepraat en kreeg zo vrij snel in heel erg goede contacten. Dus we besloten, samen met een fotograaf, om een dag naar Syrië te gaan. Om te kijken of ik het kan en of het veilig genoeg is, het is toch wel een oorlogsgebied. Ik nam me ook voor dat als ik terugkom na die ene dag in Syrië, dat ik niet meteen terug ga. Als je meteen teruggaat naar een oorlogsgebied en je vindt het heel avontuurlijk, dan kan je niet meer goed nadenken. Dus ik ben echt bewust na die ene dag in Syrië een maand lang in in Noord-Irak gebleven, waar het rustig is. Daar heb ik na een maand wachten bekeken of ik echt terug de oorlog in wilde. Zo kreeg ik goed door dat ik heel graag naar Syrië wil, want daar was een echt heel groot conflict bezig. In Noord-Irak was het heel leuk om met vluchtelingen te spreken, maar dat zijn niet echt de dingen. Ik kan best goed omgaan met de angst van zo een gebied, hiernaast vond het interessant en voelde me best op mijn plaats. Dus ik dacht, iemand moet het doen, die oorlogsjournalistiek, laat mij het dan maar doen. Dat is een van de hoofdredenen waarom ik erin zit. Toen ben ik het serieus gaan doen en daar kwamen goede publicaties uit voort.

N20 – Toen is het balletje gaan rollen?

Lennart – Ja. Trouwens over die goede publicaties, de eerste was over Noord-Irak. Het ging over een vluchteling die terug ging. Soms krijg ik wel de kritiek dat mensen naar oorlogsgebieden gaan om juist snel carrière te maken, maar bij mij is dat niet zo gebeurd. Het is ook niet waar, want je schrijft een keer een goed stuk maar de volgende moet ook goed zijn. Anders raak je het niet kwijt. Ik krijg mijn stukken nog steeds niet altijd verkocht. Als het goed is, dan verkoop je en anders niet.

N20 – Jouw studies met mystiek en religie, hoe verre komt dat nog terug in jou werk?

Lennart – Toevallig heb ik net vandaag een verhaal geschreven over de yezidi’s, die op de Sinjarberg zaten in Irak. Die worden afgeslacht. Genocide. Zij hebben een hele interessante religie met elementen die ik ken vanuit mijn studie. Dus dat is leuk, daar kan ik extra aandacht aan geven en dat heb ik ook gedaan. Daarin komt het wel terug. Maar ik denk dat er maar een paar lezers zijn die dat echt waarderen. Theologen of mensen met speciale interesses. Voor de rest gaat het bij mystiek vooral om de goede en het kwade en om de dood en leven. Dat soort fundamentele vragen en dat zie je in oorlogsgebieden.

N20 – Dus het is meer het praktijk dan het theoretische gedeelte wat je in oorlogsgebieden tegenkomt?

Lennart – Het is meer voor mezelf om dingen een plaats te kunnen geven. Je ziet mensen voor je ogen sterven. Nou, ook weer niet zo letterlijk, maar je ziet de ergste dingen en daar moet je wel mee omgaan. Niet dat het heel erg helpt, maar je houdt je wel veel bezig met leven, dood, goed en kwaad. Dus wat dat betreft, daar kan het dan.

N20 –  Je bent momenteel correspondent vergeten oorlogen. Maar je hebt ook wel eens laten vallen dat het genegeerde oorlogen zijn. Waar ligt het verschil eigenlijk?

Lennart – Eigenlijk alleen de naam. vergeten oorlogen klinkt mooier. Genegeerd is niet zo een mooi woord. Ik denk dat als mensen het lezen, dat het dan klinkt alsof iemand naar oorlogen gaat die vergeten zijn. Een oorlog is natuurlijk niet vergeten, want daarvoor moet het eerst bekend zijn en vervolgens door mensen vergeten zijn. De conflicten waar ik meestal kom halen vaak het nieuws niet. Ze zijn genegeerd.

N20 – Je gaat dus naar vergeten oorlogsgebieden, die hier ook minder bekend zijn. Brengt dat extra risico met zich mee of juist niet?

Lennart – Het brengt extra risico mee in de zin dat je het niet kan verkopen omdat bladen zeggen dat het een nieuwsaanleiding moet hebben. Ja, dat is het risico. Maar het is minder gevaarlijk. Meestal. Soms wel natuurlijk, het ligt er aan waar je heen gaat. Maar in Syrië zijn er meer journalisten. Dus daar wordt op ze gejaagd om ze te gijzelen en te verkopen. Dat zal je niet snel hebben in West-Papoea of dat soort gebieden, daar heb je andere gevaren. Ik denk dat daar in het algemeen het veiliger is omdat mensen vaker blij zijn dat iemand komt. Zij doen hun best om je te helpen. Het gevaar daarvan is wel dat je normaal gesproken in Syrië vaak samenwerkt met fixers. Die weten hoe het werkt, die doen het vaker. Maar in vergeten conflicten werken die mensen normaal niet met journalisten want die komen er ook nooit. Dus je kunt er minder op vertrouwen en je moet het zelf in de gaten houden.

N20 – Je komt aan in een gebied, hoe ga je te werk?

Lennart – Dat verschilt ook per gebied. Je moet in ieder geval een veiligheidsplan maken. Daarvoor probeer je alle risico’s waar je van af weet in kaart te brengen en daar maak je een lijst van. Dan ga je kijken hoe die risico’s zo klein mogelijk te maken zijn. Dat is meestal door niet te laten weten wanneer je waarnaar toe reist. Dus mensen weten niet dat je op dat moment vertrekt en waar je aankomt. Het is een hele lijst waar je een studie van moet maken, bijvoorbeeld moet je niet via de zelfde routes reizen en dat je ook heel goed op de hoogte moet zijn van de meest actuele situaties. Een kamp kan net ingenomen zijn op een bepaalde dag, die rebellen verplaatsen zich per dag dus je weet nooit zo goed waar ze zijn. Hiervoor moet je echt lokale mensen vinden. Dat zijn meestal commandanten in het leger, de politie en lokale journalisten. Ik maak meestal twee plannen. Een in Nederland die breed is en ter plekke maak ik het lokaal. Dan maak ik een lijst met contacten en die stuur ik door naar de redacteuren in Nederland. Die staan ieder uur in contact met mij via sms. Als het misgaat dan worden daar de alarm nummers gebeld. Dat is meestal Reporters Without Borders, de ambassade en nog wat lokale mensen. Je moet zorgen dat je zo snel mogelijk wordt bevrijdt. Daarvoor hou ik die lokale commandanten op de hoogte. Zij worden als eerste geïnformeerd en die gaan dan naar mij op zoek. Vervolgens worden de machtigere mensen, zoals de ambassade en de VN gecontacteerd.

N20 – Hoe kan je de mensen die je interviewt benaderen, gaat dat altijd via fixers zoals in Syrië?

Lennart – Eigenlijk hebben alle oorlogsgebieden fixers. Maar als je vluchtelingenkampen in gaat heb je ze niet nodig. Noord-Irak vaak ook niet, eigenlijk nooit. Maar als je de frontlinie in gaat moet je sowieso een chauffeur hebben. Je kunt natuurlijk niet met je eigen auto rondrijden. Een verkeerde afslag en je bent dood. De chauffeur is meestal ook iemand die de taal kent en die organiseert vaak ook de interviews met bepaalde mensen.

N20 – Dus je bent in grote mate afhankelijk van de fixers?

Lennart – Vooral in landen als Syrië. Daar zeggen ze vaak als grap dat je een toeristische tour voor journalisten neemt. Het is soms inderdaad bijna een grap dat de fixer zegt “zeg maar wat je wil” en zet dat dan vervolgens op een lijst. “We gaan naar een christen, ik wil graag een vluchteling, iemand die getroffen is en een vrouw die gegijzeld is en als seksslaaf is gebruikt.”. Die fixer gaat dan bellen en dan rij je rustig het lijstje af. Dat is best wel bizar.

N20 – Hoeverre heb je zelf de ruimte om die mensen te vinden?

Lennart – Je hebt alle ruimte. Alleen die persoon woont daar en kent iedereen. Hij gaat zoeken. Als de fixer zegt dat het niet kan, dan gaat dat vaak ook niet. Maar het is niet Noord-Korea ofzo. Dan weet je dat je een super slecht verhaal krijgt en dan zou ik het ook niet doen. In een land als Syrië moet je wel heel kritisch blijven of het wel allemaal wel goede journalistiek is. Maar het hangt dan natuurlijk ook vanaf wat voor verhaal je maakt.

N20 – Dus de eindselectie ligt bij jou?

Lennart – Ja, alles ligt bij jou. Fixers zijn wel de gene die met jou langs die plekken rijden. We krijgen vaak wel kritische verhalen te horen dat dit en dat niet klopt. Je kan ook iedereen die je wil op straat aanspreken voor van alles. Maar het ligt wel aan beetje aan het gebied.

N20 – Je bent niet de enige oorlogscorrespondent. Hoe staat het met de concurrentie?

Lennart – Dat is eigenlijk heel helemaal niet groot. Je kunt ook heel goed contacten vragen aan elkaar. Dat geven we gewoon. want de veiligheid is belangrijk en het is ook duur om te doen. Ik denk dat daarom er ook niet zo veel oorlogsjournalisten zijn. Het is duur en gevaarlijk. Je verdient ook nog eens niet zo veel geld ermee. Dat is wel een misverstand. Mensen denken vaak na dat je een keer een oorlog ingaat en dat je dan binnen komt met je grote verhaal. Dat is absoluut niet waar.

N20 – In hoe verre dekt de opbrengst van de artikelen de productie kosten?

Lennart – Dat dekt het niet. Daarom werk ik samen met die specifieke fotograaf. Zo kunnen we het ook verkopen in Zweden. Daar zijn goede sociale voorzieningen en de afspraak dat ze meer betalen voor journalistieke producties. Je verdient daar gewoon drie á vier keer zoveel. Dat is het probleem met het verkopen in Nederland of in België. Daar lukt het matig en die betalen even slecht als Nederland. In Nederland krijg ik 700 euro voor een verhaal en in Zweden 2500 euro. Eigenlijk werk ik nu hier omdat ik bij De Correspondent alles kwijt kan en het een goed journalistiek platform is. Maar als ik het daar alleen voor zou doen, zou ik geld moeten toeleggen. In België krijg ik ook 700 euro. Met zijn tweeën delen we dat dan. Dat is dan 350 euro per persoon. Als ze geen grote reportages kopen n België vind ik het niet eens zo erg meer. Ach, 350 euro, dat is niet ze veel geld, ik doe er niet eens super veel moeite meer voor. Ik heb liever dat ik in Noorwegen verkoop. Dan krijg ik tien keer zo veel. Moet ik nu gaan bellen en mailen met die Belgen voor 350 euro. Dat is best frustrerend, die kopen dan soms wel en soms niet. Soms proberen ze af te dingen tot 250 euro voor een reportage. Die kost mij gewoon 5000 euro om te maken en willen ze het voor 250. Ik zou terug moeten mailen dat ze zich moeten schamen dat ze het durven te vragen.

N20 – Je zit eigenlijk in een niche met de vergeten oorlogen. Er komt ook wat bij om uit de kosten te komen. Wat denk je, zou je hier ook lang in het vak willen blijven?

Lennart – Jawel, ik doe ook wel Syrië en Irak er nu bij. Daar verdien je wel best wel goed geld mee, want daar is wel nieuws. En met andere landen die het ook goed doen. Maar ik ben geen journalist geworden om dezelfde verhalen te maken als de rest. Ik wil de vergeten oorlogen doen, en die kan ik dan doen met dat geld. Je kunt ook niet altijd naar Syrië en Irak. Als je dat een keer doet dan zeggen ze dat ze de komende half jaar geen grote verhalen meer hoeven. We doen dus een maand lang een beetje Syrië en Irak en dan doen we weer een maand anders en dan gaan we wel weer terug. Daar hebben we contacten en het is best goedkoop. Het is ook dichtbij. We wisselen het een beetje af. Sommige Syrische verhalen verdienen iets meer geld, maar dat kunnen anderen ook wel doen. Andere verhalen doen we voor minder geld, maar dan heb je wel echt verhalen die je echt zelf moet doen. In Syrië en Irak maken we ook verhalen die verteld moeten worden.

N20  – Naast de keuze van onderwerp, is er nog iets wat jou onderscheidt van andere oorlogscorrespondenten?

Lennart – Misschien wel dat ik altijd met dezelfde buitenlandse fotograaf werk, daar onderscheiden we ons zelf wel mee. En dat we in Zweden, Nederland, België, Noorwegen en Duitsland publiceren. Dat zie je ook niet zo vaak natuurlijk.

Einde van Deel I

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *